)
Why we cannot make standard lambic.
Every little nuance in making lambic affects aroma, taste and experience.
Reflecties en perspectieven bij de biologische hopoogst op Bree-Eik
Midden september gingen de laatste ranken neer op Bree-Eik in Gooik – excuseer, Pajottegem. Enkele luttele tonnen biologische hopbellen, geplukt op een boogscheut van onze vatenzaal. Naar industriële normen is dat een kleine oogst. En daar nemen wij een klein deeltje – maar helemaal Coigneau – van af. Voor ons sluit ze een cirkel die meer dan een eeuw openlag.
)
)
Lang voor pils de wereld veroverde, was de streek in en rond het Pajottenland een van de grote hopschuren van Europa. De monniken van Affligem brachten de plant hierheen. Eeuwenlang werd ‘Aalsterse hop’ verkocht op de Antwerpse jaarmarkten, en een flink deel van de hop die de Brusselse brouwers langs de Zenne gebruikten, kwam van deze hellingen. Nog in de negentiende eeuw teelde het district Asse ongeveer evenveel hop als Poperinge. De oudere mensen hier herinneren het zich nog. Je kon van Aalst naar Asse wandelen, zeggen ze, zonder ooit de hopstaken te verlaten.
Toen gingen de staken neer. Goedkopere buitenlandse hop, de opmars van pils, zwaar labeur voor weinig geld. Rond 1880 begonnen boeren in Lennik en Dilbeek aardbeien te planten in plaats van hop. Eén voor één verdwenen de hopvelden, en het laatste veld in Affligem werd in 2007 gerooid. Poperinge ging door. Hier werd hop iets waar enkel nog grootouders over vertelden.
)
)
De hop die er voor lambikbrouwers het meest toe deed, was de Coigneau. Het verhaal gaat dat Frans Coigneau de plant eind achttiende eeuw vond naast zijn waterput in Teralfene. Hij groeide krachtig, gaf een goede oogst en was vooral zacht. Met zo weinig bitterheid konden brouwers verse Coigneau bij hun brouwsels doen zonder de lambik uit balans te brengen. Rond 1900 stond Coigneau op zowat driekwart van de hopvelden rond Aalst. Een eeuw later was hij zo goed als verdwenen. Er moest een plant teruggevonden worden in een Engelse hopcollectie voor hij eindelijk naar huis kon komen.
)
)
Sinds 2018 werken we samen met Bree-Eik, een hoeve met meer dan negen eeuwen geschiedenis, aan alles wat in onze brouwketel gaat: oude tarwerassen, brouwgerst en hop. Alles is biologisch gecertificeerd. Samen met de boeren van ons granennetwerk betekent dat: onze lambik wordt gebrouwen met wat groeit in het Pajottenland en de Zennevallei. We zijn de enige lambikbrouwerij en geuzestekerij die zo werkt.
De geschiedenis heeft gevoel voor humor. Net in Lennik, een paar kilometer verderop, verdrongen de aardbeien bijna 150 jaar geleden als eerste de hop. Nu klimmen de ranken hier opnieuw.
)
)
In lambik dient hop niet om het bier bitter te maken. Hij is er om het te beschermen, om het zuiver te houden tijdens de lange jaren op eik, terwijl wilde gisten en natuurlijke bacteriën hun tijd nemen. Daarom werkten we altijd met overjarige hop. En daarom past een zachte, lokale variëteit ons zo goed. En zo wordt onze lambik gevormd door alles wat ge haar geeft: de Beerselse lucht, het hout van de vaten, het graan en de hop van de velden rondom ons. We gebruiken enkel het beste wat échte lambik verdient. De rest is geduld.
Natuurlijk anders. En er stevig in geworteld.
Terwijl onze lambik jaren nodig heeft om te rijpen, staat het leven in de brouwerij nooit stil. Ontdek meer over onze boeren, ons ambacht en onze streek.